De bevolkingskrimp in Nederland concentreert zich nu in Drenthe, Noordoost-Groningen, de Achterhoek, delen van Limburg en Zeeuws-Vlaanderen. Wat merken de makelaars daarvan? ‘Grote leegstand? Ik zie dat niet in Noordoost-Groningen,’ aldus makelaar Yvonne Smit van Nieboer Makelaars, met kantoren in Winschoten, Veendam en Appingedam. Ook haar conculega in het Limburgse Vaals, Roy Bergs van WijzerWonen, ziet zich nog geen grote ramp voltrekken. ‘Het heet hier wel krimpgemeente, maar intussen wordt 30 tot 40% van de koophuizen bewoond door Duitsers en stijgen de woningprijzen juist.’

Zonder Duitsers geen business

Hoewel Vaals dus als een krimpgemeente wordt bestempeld, ziet Bergs dat niet zo. ‘Er is in Vaals zelf geen academisch ziekenhuis, maar op nog geen kwartier rijden in Aken ligt er wel één. In die stad zijn bovendien tal van andere faciliteiten waar vanuit Vaals gebruik van kan worden gemaakt. Ook hebben we een gezond winkelbestand.’

Bergs verkoopt zo'n 60% van zijn woningbestand aan Duitsers die in (de omgeving van) Aken werken. ‘Van de Duitse bevolking doet de helft hun kinderen in Vaals op school en maakt zo deel uit van het sociale leven. De ander helft forenst, met als gevolg dat verenigingen minder aanwas hebben, wat niet goed is voor de sociale cohesie van Vaals.’ Zijn makelaardij draait goed, even goed als voor de crisis. Maar, zegt hij: ‘Zonder de Duitsers hadden we de crisis niet overleefd.’

De ene krimpgemeente is de andere niet

Volgens Bettina Bock, bijzonder hoogleraar Bevolkingsdaling en Leefbaarheid voor Noord-Nederland, kun je niet alle krimpgemeenten over een kam scheren. ‘De krimpgebieden zoals in Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen kunnen profiteren van buitenlandse steden in de regio. Ze kunnen zich daardoor richten op studenten en forensen.’

Maar, zo legt hoogleraar Bock uit, krimpregio’s lopen wel tegen een ander probleem aan. Uit een deel van de krimpgebieden is de traditionele industrie jaren terug verdwenen en daarmee ook de werkgelegenheid, terwijl hier in de hoogtijdagen nog in een rap tempo veel woningen waren gebouwd. ‘Na het verdwijnen van de werkgelegenheid uit die gebieden is meestal niet meer geïnvesteerd in die woningen, die vaak van slechte kwaliteit waren, daardoor zijn ze niet meer van deze tijd. De overheid heeft voornamelijk ingezet op de Randstad. Hierdoor is er in deze krimpgebieden een mismatch ontstaan op de huizenmarkt. Er is een tekort aan moderne starterswoningen en levensloopbestendige huizen. Vraag en aanbod sluiten niet meer op elkaar aan.’

Overheidsbeleid zit soms in de weg

Ook Smit herkent dat euvel. ‘Er zijn mensen die graag terugkomen naar deze regio, maar geen passend huis kunnen vinden. Wil je zelfs iets nieuws bouwen, dan loop je tegen provinciaal en landelijk beleid op. Dan krijg je bijvoorbeeld de opdracht om twee industriële complexen te slopen en vervuilde grond op te ruimen. Daar zijn veel kosten mee gemoeid.’ Tel je daarbij de hoge grondprijs op en de lagere verkoopprijs dan in bijvoorbeeld Amsterdam, dan wordt bouwen hier bijna ondoenlijk. ‘Maar niet onmogelijk, want soms lukt het namelijk wel. Gemeenten denken en werken steeds vaker mee.’

Smit is de krimp wel gewend en ziet het als een way of life. ‘Winschoten was in de jaren zeventig een groeikern, maar door het verlies van de werkgelegenheid is de bevolking gedaald tot 18 duizend inwoners. Er wordt hier creatief omgesprongen om faciliteiten overeind te houden. Had je hier vroeger een katholieke, protestantse en openbare school, nu proberen we een vorm te vinden waarin alle inwoners zich kunnen vinden om toch goede scholen te kunnen behouden.’

Bock constateert veel creativiteit en zelfwerkzaamheid: ‘Je ziet wel dat dorpen met elkaar verduurzamen door met elkaar zonnepanelen te kopen. Van de winst wordt dan bijvoorbeeld een dorpshuis open gehouden.’

Transitiefase

Uiteraard kampen de krimpregio's met problemen van vergrijzing en bevolkingsafname, met alle gevolgen van dien. Toch liggen er genoeg kansen voor makelaars als Smit en Bergs. Door de druk van de huizenprijzen in Groningen ziet Smit dat er steeds meer mensen op zoek zijn naar een huis in haar krimpregio. ‘Vroeger werd dit gezien als een geïsoleerd gebied,’ zegt ze. Toch liggen er prima wegen voor woon-werkverkeer naar Groningen. Het is een aantrekkelijk gebied om te wonen, het is schoon, mooi en er heerst rust en veel saamhorigheid. Krimp is geen ramp, maar een transitiefase waaruit nieuwe kansen ontstaan.

Bron: Funda.nl